ÏCHTIIYOLOGISCIIE WAARNEMINGEN, GEDAAN OP VERSCHILLENDE REIZEN IN DE RESIDENTIE B A N T E N, I9r. P. BfiEKIiLKll. Op meerdere reizen in de residentie Banten, in de jaren 1844, 1846, 1853 en 1854, lieb ik daar een aantal viscli-soorten waargenomen, Avelke hieronder zijn opgenoemd. De plaatsen van waarneming zijn geweest Serang, de hoofdplaats der residentie; Banten, de oude hoofdstad van het rijk van Banten; Anjer en Tjiriengin, aan Straat Soenda; Perdaua, hoofd-plaats van het distrikt Panimbang, gelegen op eenige palen afstands van de Peperbaai aan de rivier Panimbang; Djoeng-koelon, een stranddorp aan de Meeuwenbaai, en Tjimanok en Pandeglang, in de binnenlanden der residentie, aan den voet der bergen Poelesari en Karang. Bovendien ontving ik nog eenige zoetwatervisschen van Rankasbetong , de tegenwoordige hoofdplaats van de adsistent-residentie Lebak, gelegen aan de rivier Onderandir. In het geheel heb ik tot nog toe slechts 172 soorten van de residentie Banten waargenomen, dat is,