DE INLANDSCHE HEMIPTEREN, BESCHREVEN EN MEERENDEELS OOK AFGEBEELD DOOR S. e. SNELLEN VAN VOLLENHOVEN. Zevende stuk met vier plateu. NEGENDE FAMILIE — HEBROIDEN. HEBROIDES. Deze familie is, even als de derde, hier te lande slechts vertegenwoordigd door eene soort, zoodat de famihe-en £feslachts-kenmerken zamenvallen. Eene inlandsche bena-ming bestaat voor haar niet, aangezien de eenige soort hoogst zelden voorkomt en dus tot heden voor de oogen van het groote publiek verborgen bleef. De ware plaatsing der familie is bovendien eenigzins moeijelijk, daar zij naar hare levenswijs groote verwantschap toont met de volgende familie der Oeverwantsen en zelfs met de geslachten Velia en Hydroessa onder de Waterwantsen, doch ih ligchaams-gedaante en vooral in den vorm van den zuiger en de tarsen overeenkomst toont met de Netwantsen. Het ligchaam is vrij breed en ineengedrongen, hard van bekleeding. De kop is middelmatig groot , van boven gezien bijna vijf hoekig, op zijde gezien driehoekig met gebogen voorrand. De oogen staan op de zijden van den kop en zijn klein, ovaal en grof van facetten; daartusschen, verder van elkander dan elk van het oog aan zijne zijde , twee