MICROLEPIDOPTERA VAN JAVA. DOOR W. VAN DEVENTER. In de ondervolgende bladzijden heb ik eenige Microlepidoptera van Java met de levenswijze hunner rupsen beschreven. De determinatie der geslachten en de opp;ave of de soort nog nieuw was, geschiedde door welwillende hulp van den heer P. G. T. Snellen, aan wien ik hiervoor nogmaals mijnen dank betuig. De vlinders zijn alle in de naaste omgeving mijner woonplaats Pekalongan verzameld; dit is dus op een hoogte van slechts enkele meters boven zee, in een warm kustklimaat. Voor de determinatie der boomsoorten heb ik gebruik gemaakt van: S. H. Koorders en Dr. Th. Valeton. Bijdragen tot de kennis der boomsoorten van Java. (Mededeelingen uit "'s Lands Plantentuin.) Spatularia Fuligineella m. nov, gen. et sp. (PI. 1, Fig. 1, 1a en ib). Vlucht van het ? 13 — 16 mm., van den c? 8 — 11 mm. De heer Snellen meldde mij, dat de vlinder behoort tot een nieuw genus, 't welk geplaatst moet worden tusschen Tmea en Oinophila. Een verschilpunt met deze geslachten leveren de palpen waarvan lid 2 lang en dicht behaard is. De zuiger en de gevouwen bijpalpen zijn rudimentair. . De kop is van voren ruig, zwart behaard tot tusschen de sprieten, verder naar achteren leemkleurig en in het midden gedeeld; de wortelhelft der haren is echter weer zwart. De oogen zijn groot, breeder dan het aangezicht; de sprieten welke bij den $ bijna even lang, bij het ? duidelijk korter zijn Tijdschr. v. Entom. XLVII. 1