BioStor
Sign in using Mendeley
MUS. COMP. ZOG LISRARY FEB 2 1 1965 CATALOGUS DER NEDERLANDSE MACROLEPIDQPTERitelTY, (ELFDE SUPPLEMENT) DOOR B. J. LEMPKE Amsterdarn CUCULLINAE (vervolg) Aporophyla Guenée Aporophyla australis Boisduval. Tijdschr. Entom., vol. 95, p. 277; Cat. XI, p. (888). Voor zover op het ogenblik bekend is, komt de vlinder uitsluitend voor in het duingebied van Walcheren en Zeeuws-Vlaanderen. De intensieve vangst met ML-lampen op Schouwen in de afgelopen jaren door het Rivon heeft geen enkele vangst ervan opgeleverd. Op Walcheren echter is australis in het aangegeven bio-toop verbreid en kan daar plaatselijk vrij gewoon 2ijn. Blijkbaar ligt hier de noord-grens van het verspreidingsgebied op het Westeuropese continent. Over het voorkomen in de omringende gebieden zijn geen nieuwe gegevens bekend geworden. De soort is dus ook nog steeds niet in het Belgische kustgebied aangetroffen. De nu bekende vliegtijd is: begin september tot begin oktober (lO.IX — 3.X). Volledigheidshalve volgen hieronder alle gegevens over de verspreiding in Nederland. Vindplaatsen. Zl.: Oostkapelle, 1959 en volgende jaren (van Aartsen) ; Domburg, 1930 (Mezger, in Leids Mus.); Valkenisse, I960 en volgende jaren (van Aartsen); Cad-zand, 1963 (Peerdeman). Variabiliteit. Boisduval beschreef de soort naar materiaal uit het zuiden van Frankrijk (1829, Ind. Meth., Appendix, p. 6). Deze Zuidfranse vorm, waar-van exemplaren afgebeeld zijn op plaat 28, fig. 1 — 3, naar materiaal uit de col-lectie-CARON, heeft een vlucht van 35 — 40 mm. De voorvleugels van het $ zijn vrij licht grijs, langs de voorrand vaak wat donkerder. De niervlek is goed zichtbaar, de ronde vlek is meestal nauwelijks te zien. De dwarslijnen zijn in de regel zwak of zelfs vrijwel afwezig, de pijlvlekken daarentegen steken bijna steeds duidelijk af. Bij het $ is de grondkleur van de voorvleugels donkerder, de tekening stemt met die van de mannetjes overeen. De achtervleugels zijn bij het $ wit, bij het $ bruinachtig grijs. In 1941, toen ik slechts enkele Nederlandse exemplaren met de afbeeldingen in „South" van de Engelse vorm kon vergelijken, dacht ik, dat beide wel tot dezelfde subspecies konden behoren. Nu een serie van ruim 80 exemplaren van Walcheren (collectie-VAN Aartsen) met authentieke Engelse exemplaren uit de collectie van het Zoological Museum te Tring vergeleken kon worden, blijkt dit niet het geval te zijn. De Engelse subspecies, pascuea Humpheys & Westwood, heeft een vlucht 379

Identifiers

Export

Catalogus der Nederlandse Macrolepidoptera (Elfde supplement)

B J Lempke
Tijdschrift Voor Entomologie 107: 379-466 (1964)

Reference added over 3 years ago

Tweet

Viewer

Page 379
Page 380
Page 381
Page 382
Page 383
Page 384
Page 385
Page 386
Page 387
Page 388
Page 389
Page 390
Page 391
Page 392
Page 393
Page 394
Page 395
Page 396
Page 397
Page 398
Page 399
Page 400
Page 401
Page 402
Page 403
Page 404
Page 405
Page 406
Page 407
Page 408
Page 409
Page 410
Page 411
Page 412
Page 413
Page 414
Page 415
Page 416
Page 417
Page 418
Page 419
Page 420
Page 421
Page 422
Page 423
Page 424
Page 425
Page 426
Page 427
Page 428
Page 429
Page 430
Page 431
Page 432
Page 433
Page 434
Page 435
Page 436
Page 437
Page 438
Page 439
Page 440
Page 441
Page 442
Page 443
Page 444
Page 445
Page 446
Page 447
Page 448
Page 449
Page 450
Page 451
Page 452
Page 453
Page 454
Page 455
Page 456
Page 457
Page 458
Page 459
Page 460
Page 461
Page 462
Page 463
Page 464
Page 465
Page 466
Title
áàåäçéèÉöøüæœß
Authors
One author per line, "First name Last name" or "Last name, First name"
Journal
ISSN
OCLC
Series
Volume
Issue
Starting page
Ending page
Date
Year
URL
DOI
 Update 
blog comments powered by Disqus
Page loaded in 2.87339 seconds