BioStor
Sign in using Mendeley
JAN 1 6 1953 ^1 CATALOGUS DER NEDERLANDSE MACROLEPIDOPTERAt| (NEGENDE SUPPLEMENT) B. J. LEMPKE A?nsterdam NOCTUIDAE Zoals in deel IV, het eerste van de Noctuiden, vermeld werd, berustten de in de Catalogus gevolgde systematische indeling en de nomenclatuur op de door de Engelse lepidopteroloog W. H. T. Tams samengestelde, doch niet gepubliceerde lijst van de op de Britse eilanden voorkomende soorten, die tot deze familie be-horen. Het was de eerste indeling van de uilen, waarin de inmiddels door de publicaties van Pierce over de genitaliën verkregen inzichten verwerkt waren. We zijn nu meer dan 20 jaar verder. Het is te begrijpen, dat naarmate de kennis toenam er meer wijzigingen kwamen in deze eerste moderne lijst, niet alleen op het Continent, doch ook in Engeland zelf. Om dit laatste te constateren behoeft men slechts de nieuwe editie van ,, South" te raadplegen. In alle voorafgaande supplementen is steeds getracht de nieuwste gegevens te verwerken (al is hieraan wel eens wat risico verbonden), en ook bij de Noctuiden zal dit principe gevolgd worden. Men zal in de komende supplementen dus de modernste indeling vinden, die, althans wat de eerste groep van onderfamilies betreft (de Trifinae, met onduidelijke ader 5 in de achtervleugels), afkomstig is van de Franse specialist Ch. Boursin. Deze indeling vindt men o.a. reeds in de lijst van de Belgische Noctuidae door J. van Schepdael (in Lïnneana Belgica, vol. 1) en in de lijst van de Luxemburgse Noctuidae door C. Wagner. Hij zal ook gevolgd worden in „Die Schmetterlinge Mitteleuropas" door Forster & WOHLFART. Tenslotte enkele opmerkingen over de variabiliteit. Voor zover het afwijkingen van de normale tekening betreft, zullen er weinig moeilijkheden zijn. Volledig-heidshalve verwijs ik naar de fig. op p. (203) in deel 4 en naar fig. 28 op p. (556) in deel 8. Moeilijker echter zijn de vele kleurvormen, omdat er vaak geen scherpe grenzen tussen de verschillende tinten zijn. De oorzaak hiervan is, dat twee groepen van factoren samenwerken om het uiterlijk van de vlinder te be-palen, namelijk erfelijke en oecologische factoren en van de laatste dan vooral de temperatuur tijdens het gevoelige stadium van de pop. Prachtig bleek dit bij een reeks van experimenten met poppen van Chloridea peltigera Schiff, door Kettlewell, waarvan de resultaten te vinden zijn in Proc. Trans. South London ent. nat. Hist. Soc, 1943 — 1944, p. 69 — 79 (1944). Het spreekt vanzelf, dat deze resultaten niet zonder meer op alle Noctuiden van toepassing zijn, maar zij zijn in elk geval een duidelijke aanwijzing hoe de vele overgangen bij de op zichzelf goed te onderscheiden kleurgroepen te verklaren zijn. 149

Identifiers

Export

Catalogus der Nederlandse Macrolepidoptera (Negende supplement)

B J Lempke
Tijdschrift Voor Entomologie 105: 149-231 (1962)

Reference added over 3 years ago

Tweet

Viewer

Page 149
Page 150
Page 151
Page 152
Page 153
Page 154
Page 155
Page 156
Page 157
Page 158
Page 159
Page 160
Page 161
Page 162
Page 163
Page 164
Page 165
Page 166
Page 167
Page 168
Page 169
Page 170
Page 171
Page 172
Page 173
Page 174
Page 175
Page 176
Page 177
Page 178
Page 179
Page 180
Page 181
Page 182
Page 183
Page 184
Page 185
Page 186
Page 187
Page 188
Page 189
Page 190
Page 191
Page 192
Page 193
Page 194
Page 195
Page 196
Page 197
Page 198
Page 199
Page 200
Page 201
Page 202
Page 203
Page 204
Page 205
Page 206
Page 207
Page 208
Page 209
Page 210
Page 211
Page 212
Page 213
Page 214
Page 215
Page 216
Page 217
Page 218
Page 219
Page 220
Page 221
Page 222
Page 223
Page 224
Page 225
Page 226
Page 227
Page 228
Page 229
Page 230
Page 231
Title
áàåäçéèÉöøüæœß
Authors
One author per line, "First name Last name" or "Last name, First name"
Journal
ISSN
OCLC
Series
Volume
Issue
Starting page
Ending page
Date
Year
URL
DOI
 Update 
blog comments powered by Disqus
Page loaded in 2.61881 seconds