BioStor
Sign in using Mendeley
CATALOGUS DER NEDERLANDSE MACROLEPIDOPTERA (ZESDE SUPPLEMENT) DOOR B. J. LEMPKE At7ïsterda}n Te beginnen met dit deel zullen alle nog komende supplementen inderdaad zijn wat hun naam aangeeft: aanvullingen op de tekst van de oorspronkelijke Catalogus, al zal dit niet uitsluiten, dat sommige soorten geheel gerevideerd wor-den. Ook de nomenclatuur zal natuurlijk voor zover nodig bijgewerkt worden. Wie dus geheel op de hoogte wil zijn van onze huidige kennis van de ver-spreiding, vliegtijden en variabiliteit der Nederlandse Macrolepidoptera, zal naast het supplement steeds de Catalogus moeten raadplegen. Het zou veel te veel tijd kosten nog meer oudere delen geheel opnieuw samen te stellen. Bij elke soort wordt aangegeven, waar de eerste bespreking ervan in het Tijd-schrift voor Entomologie en in de Catalogus te vinden is. SPHINGIDAE Acherontia Laspeyres Acherontia atropos L. Tijdschr. Entom., vol. 80, p. 245, 1937; Cat. II, p. (81). Nu we sinds 1940 over een doorlopende serie trekgegevens beschikken, blijkt wel, dat de vlinder elk jaar in Nederland aanwezig is, doch bijna steeds in vrij gering aantal. Van 1940 tot en met 1955 bedroeg het gemiddeld aantal gemelde vlinders per jaar 14. Belangrijk daarboven uit kwamen alleen 1945 met 37 en 1950 met 51 stuks. Aan de vrij schaarse vóór 1940 bekend gemaakte gegevens kan nog het vol-gende ontleend worden. In Levende Natuur, vol. 4, p. 208 (1899) schrijft Heimans: ,,Ze beloven van 't jaar weer talrijk te worden", waarna hij verschil-lende na j aars vangsten opsomt. Thijsse meldde in 1916 (loc. cit., vol. 21, p. 200): „Doodshoofdvlinders schijnen dit jaar nog al veel aangekomen te zijn. Ik kreeg er te zien in het noorden van Groningen, ze zweefden daar soms 's avonds voor de bijenkasten". In 1934 vond Scholten atropos in Lobith en omgeving ge-woon. Een zeer goed jaar moet 1938 geweest zijn. Helaas beschikken we uit-sluitend over de door Verhey gepubliceerde resultaten van zijn enquête onder de bijenhouders via het Maandblad voor Bijenteelt (zie ,, Doodshoofdvlinders in Bijenkasten", Lev. Nat., vol. 45, p. 25 — 27, 1940). Uit door 21 imkers inge-zonden antwoorden bleek, dat de vlinder in het gehele land waargenomen was. Alleen deze mensen gaven al 31 exemplaren op. Eén enkele bijenhouder in Rockanje trof in september in één week zes stuks in zijn korven aan, telkens twee tegelijk. Al het voorgaande overtreffend is echter ongetwijfeld het jaar 1956 geweest, 57

Identifiers

Export

Catalogus der Nederlandse Macrolepidoptera (Zesde supplement)

B J Lempke
Tijdschrift Voor Entomologie 102: 57-134 (1959)

Reference added over 3 years ago

Tweet

Viewer

Page 57
Page 58
Page 59
Page 60
Page 61
Page 62
Page 63
Page 64
Page 65
Page 66
Page 67
Page 68
Page 69
Page 70
Page 71
Page 72
Page 73
Page 74
Page 75
Page 76
Page 77
Page 78
Page 79
Page 80
Page 81
Page 82
Page 83
Page 84
Page 85
Page 86
Page 87
Page 88
Page 89
Page 90
Page 91
Page 92
Page 93
Page 94
Page 95
Page 96
Page 97
Page 98
Page 99
Page 100
Page 101
Page 102
Page 103
Page 104
Page 105
Page 106
Page 107
Page 108
Page 109
Page 110
Page 111
Page 112
Page 113
Page 114
Page 115
Page 116
Page 117
Page 118
Page 119
Page 120
[64]
[65]
[66]
[67]
[68]
[69]
[70]
[71]
[72]
[73]
[74]
[75]
Page 121
Page 122
Title
áàåäçéèÉöøüæœß
Authors
One author per line, "First name Last name" or "Last name, First name"
Journal
ISSN
OCLC
Series
Volume
Issue
Starting page
Ending page
Date
Year
URL
DOI
 Update 
blog comments powered by Disqus
Page loaded in 2.81204 seconds