-1 ^ Zesde vervolg op de Naamlijst der in Nederland en omliggend gebied waargenomen wantsen (hemiptera-heteroptera) door A. RECLAIRE (f)*) In dit vervolg zijn de volgende nieuwe afkortingen gebruikt : Bg — C. J. M. Berger ; Brk = P. J. Brakman ; E = H. H. Evenhuis; L = Dr. S. Leefmans ; Ml = J. Melzer ; Mr = J. J. Meurer ; Po = P. Poot ; Ro = G. van Rossum ; We = H. C. Wesselius. In een lezenswaardig artikel behandelt E. Wagner (39) de Elbe als verbreidingsgrens. De atlantische soort Deraeocoris cordiger Hhn. b.v. komt ten Noorden van de Elbe niet voor, hetzelfde geldt voor Orthotylus adenocarpi Perr., Adelphocoris ticinensis Mey. D. en Asciodema obsoletum Fieb., die echter ook eenmaal op Amrum gevonden is. Iets dergelijks geldt wellicht ook in ons land t.o.v. de grote rivieren, b.v. is mij Notonecta maculata F. nog niet noordelijk van deze bekend. Over melanisme bij Nederlandse wantsen zie Reclaire (25). Zie ook, in verband hiermede, Gravestein (8). DuPUiS (3 en 5) geeft een critisch-historisch overzicht over het-geen hem uit de literatuur aangaande de dorso-abdominale geur-klieren bij wantsen bekend is. Dezelfde auteur (4) bespreekt cri-tisch hetgeen omtrent de sexuele kenmerken der voorimaginale stadia bij wantsen bekend is. Voorts behandelt hij (6) enige in Pentatomidae en Coreidae gevonden parasieten en larven. Ten-slotte (7) geeft hij een overzicht van door Astata boops Schrk. (Hymen. : Sphegidae) buitgemaakte wantsen : Peribalus vernalis Wlff., Dolycoris baccarum L., Carpocoris pudicus Poda, Chlo-tochroa pinicola M. R. Astata b. jaagt zelden op imagines. Hij geeft aan het slot van zijn overzicht een opsomming van door de Franse *) Voor de druk gereed gemaakt door P. J. Brakman.