-277 -Het Tijdschrift voor Entomologie en de Internationale Regels van de Zoölogische Nomenclatuur door H. BOSCHMA, Secretaris van de Commissie voor de Nomenclatuur van de Nederlandsche Entomologische Vereeniging. Het is niet te ontkennen dat de Internationale Regels van de Zoö-logische Nomenclatuur er reeds veel toe hebben bijgedragen om de zoo noodige stabiliteit te verkrijgen in de benaming van dieren. De vooruitgang op dit punt zou nog grooter zijn wanneer auteurs van artikelen op systematisch zoölogisch gebied zich wat meer moeite wilden geven om de in deze Regels vervatte voorschriften ter harte te nemen. In elk tijdschrift dat bijdragen bevat op het gebied van de systematische dierkunde zijn voorbeelden te vinden van auteurs die op een of andere wijze hebben gezondigd tegen de Internationale Regels van de Zoölogische Nomenclatuur. En-kele voorbeelden van dezen aard met betrekking tot een aantal Deelen van het Tijdschrift voor Entomologie zijn in de volgende bladzijden opgenomen. De fouten en tekortkomingen die hier zijn vermeld zijn van on-dergeschikten aard, de waarde van de belangrijke bijdragen in het Tijdschrift wordt door deze bijkomstigheden niet noemenswaard verminderd. Ook de Internationale Regels van de Zoölogische Nomenclatuur houden onjuistheden in, een van de meest opmer-kelijke is wel het foutieve gebruik van den term ,, speciesnaam". Dit mag hier met een enkel voorbeeld worden verduidelijkt. Van de honingbij is de genusnaam Apis Linnaeus, 1758, de triviale naam mellifera Linnaeus, 1758, de speciesnaam Apis mellif era Lin-naeus, 1758 (een synonym van dezen naam is het gebruikelijke Apis mellifica (Linnaeus, 1766)). In de Regels wordt nu dikwijls de term ,, speciesnaam" gebruikt om den trivialen naam aan te duiden i ) . ^) In de tiende editie van zijn Systema Naturae plaatst Linnaeus naast de differentiae telkens een uit één woord bestaanden naam (den trivialen naam) op den rand van de bladzijde ; deze namen staan dus, als het ware als aan-vullende noten, buiten den eigenlijken drukspiegel. Zoo worden de eerste drie species van L i n n a e u s' genus Sphinx, die wij nu aanduiden met de species-namen Smerinthus ocellata (L.), Amorpha populi (L.), en Mimas tiliae (L.), door Linnaeus (1758, p. 489) als volgt opgenomen: ocellata. 1. S. alls angulatis : posticis ocellatis. Populi. 2. S. alis angulatis reversis ; posticis basi ferrugineis ; anticis puncto albo. Tiliae. 3. S. alis angulatis ; superioribus griseo fasciatis ; posticis testaceis. Men beschouwt het tegenwoordig als een van de grootste verdiensten van