Naamlijst van Nederlandsche Diptera afgesloten 1 April 1939 door Prof. Dr. J. C. H. DE MEIJERE (Amsterdam). Als algemeen resultaat mijner in 1887 begonnen studiën omtrent de Nederlandsche Diptera geef ik hier eene Naam-lijst der soorten, die tot de Nederlandsche fauna bleken te behooren. Hierbij is natuurlijk gebruik gemaakt van de Nieuwe Naamlijst van Nederlandsche Diptera, door van der W u 1 p en mij samengesteld en uitgegeven als bij-voegsel van het Tijdschrift v. Entomologie XLI, 1898 en de daarop verschenen supplementen van mijne hand in het Tijdschrift voor Entomologie (suppl. 1 T. v. E. L., 1907 p. 151—195 : suppl. 2. T. v. E. LIX, 1916 p. 293—320 ; suppl. 3, T. V. E. LXII, 1919 p. 161—195 ; suppl. 4, T. v. E. LXXI, 1928 p. 11—83 ; suppl. 5, LXXVIII, 1935 p. 188—230 ; suppl. 6, T. V. E. LXXXII, 1939 p. 118—135). Wegens de talrijke naamsveranderingen in deze orde komen de nu gebruikelijke namen niet altijd overeen met de vroeger gebruikte. Deze veranderingen heb ik ten deele hieronder opgegeven (de oude namen tusschen haakjes) ten deele ook, vooral waar het verkeerde determinaties en ge-schrapte soorten gold, zijn deze bovendien in de betreffende supplementen te vinden. Dit zijn dus niet allen synonymen, wel heb ik sommige nieuwe synonymen ook opgenomen. Op volledigheid maken deze opgaven geen .-aanspraak zoo heb ik de oude genusnamen meermalen niet vermeld, als de soortnamen dezelfde gebleven zijn. De plaats der in de supplementen vermelde soorten is in de registers van de betreffende deelen te vinden. Ook al ter bezuiniging is geen ruimte gelaten voor aanvullingen. Zij, die daarin belang-stellen, doen het beste hiervoor hun exemplaar te laten doorschieten. In mijne supplementen heb ik slechts bij uitzondering nieuwe vindplaatsen aangegeven. Ik vermeld dit, omdat nog onlangs Rector Cremers meende uit het daarin ontbreken van Volucella zonaria Poda te moeten opmaken, dat de op-gaven in de Nieuwe Naamlijst van 1898 (niet 1928, zooals in het Maandbl. v. h. Natuurhist. Genootschap in Limburg, Afl. 1 van dit jaar, p. 7 staat) de eenige bekende vindplaatsen voor ons land waren, i) In mijne zeer uitgebreide collectie, die ^) In de N. N. staat deze soort van Leiden, Vogelenzang en Rhede' ; Rector Cremers vermeldt haar van Maastricht en Meerssen ; in mijne collectie staat zij van Hilversum, Baam, Bergen op Zoom, Venlo, Oir-schot. De heer Kabos trof haar ook te Amsterdam aan. (Lev. Natuur Dl. 42 1937 p. 73). De larven leven in nesten van Vespa crabro L., maar ook van V. vulgaris L. of germanica F.