Faunistische Aanteekeningen betreffende Nederlandsche Lepidoptera door Ir. G. A. GRAAF BENTINCK. Het is thans ruim 4 jaren geleden, dat wijlen Dr. J. T h. Oudemans den „staat" onzer Nederlandsche Lepidoptera bijwerkte (Dl. 76. 1933. p. 309—318). Daar er in dien tijd weer heel wat bijgekomen is, acht ik het niet ongewenscht, dat dit opnieuw geschiede. Deze wensch werd zelfs reeds geuit door Dr. M a c G i 1 1 a v r y in de E. B. No. 213 p. 297. Wat de Macrolepidoptera betreft, is er na bovengenoemde van wijlen Dr. Oudemans geen samenvattend overzicht verschenen, doch wat de Microlepidoptera aangaat, heb ik kort geleden een 4e Supplement op Snellen's bekend werk gepubliceerd (Dl 79. 1936. p. 199 — 216), aangevende een totaal van 1041 soorten. Dit sluit aan op het 3e Supple-ment van wijlen Dr. Lycklama à Nijeholt (Dl 1(). 1933. p. 87 — 101), aangevende 1018 soorten, overeen-komende met het 2e vervolg op zijn Naamlijst van 1927 (E. B. No. 184. p. 368 — 369) waar het getal der inlandsche soorten eveneens op 1018 gebracht wordt. Dr. Oudemans telde nog 2 soorten er bij in zijn bovengenoemden ,, staat" onzer Lepidoptera, (n.l. Argyresthia semifusca Hw. en Nephopteryx thenella Zk.) waardoor het aantal op 1020 kwam te staan. Deze 2 zijn echter reeds medegeteld in mijn 4e Supplement hierboven genoemd, waardoor tot op heden 1041 soorten nader omschreven zijn met toegevoegde deter-minatietabellen, die aansluiten op die van Snellen's Mi-crolepidoptera. Nadien werden nog een 7-tal nieuwe soorten ontdekt, waarvan tot nu toe één reeds vermeld is, n.l. Acalla abietana Hb. ; terwijl de 6 andere op de eerst volgende ver-gadering vermeld zullen worden. Hierdoor rijst het aantal onzer Microlepidoptera tot 1048. Macrolepidoptera Staudinger Kolom der No. Naamlijst O S. 694 Hesperia carthami Hb. 1 7 vóór Hesperia sao Hb. 824 Notodonta tritophus Esp. [ 10 na Notodonta phoebe Sieb. 1064 Panthea coenobita Esp. 15 vóór Diphtera alpiutn Osbeck 1567a Miana latruncula Hb. 22 na Miana strigilis Cl,