Catalogus der Nederlandsche Macrolepidoptera door B. J. LEMPKE. Het doel van dezen Catalogus is een zoo nauwkeurig mogelijk overzicht te geven van de faunistische kennis onzer Macrolepidoptera. Bovendien is bij elke soort de vliegtijd aangegeven. Daar ook dit onderdeel geheel nieuw bewerkt is, zullen hier ongetwijfeld nog talrijke verbeteringen aan-gebracht moeten worden. Aan de nomenclatuur is de uiterste zorg besteed. Ik heb niet die van den Catalog van Staudinger en Rebel gevolgd, omdat ik overtuigd ben, dat we ook op dit gebied elke goed gefundeerde verbetering moeten aanvaarden. Alleen de volgorde heb ik zooveel mogelijk onveranderd gelaten, omdat alle collecties daarop ingericht zijn en hierover toch altijd meeningsverschillen blijven bestaan. Afwijkingen heb ik zoo volledig mogelijk opgenomen, zoo goed als altijd gecontroleerd met de oorspronkelijke be-schrijvingen en niet volgens de bestaande handboeken, die wemelen van de fouten. De vindplaatsen zijn gerangschikt naar de provincies, niet naar de natuurlijke landschappen. Afgezien van andere be-zwaren, aan de laatste methode verbonden, heb ik aan de eerste vooral de voorkeur gegeven met het oog op de buiten-landsche lepidopterologen. Juist catalogi worden zeer veel gebruikt door hen, die zich bezighouden met de studie van de verspreiding der soorten, en nu kunnen zij tenminste zoo ongeveer nagaan, waar de soorten in ons land voorkomen. i) Bovendien heb ik. wanneer een soort aan een bepaald biotoop gebonden is, dit toch steeds vermeld. De gebruikte afkortingen zijn : I. Nederlandsche literatuur. 1. Bst. = Bouwstoffen voor eene Fauna van Nederland, I en II, 1851— '56. ^) Les localités sont indiquées selon les provinces : Fr. = Frise ; Gr. = Groningue ; Dr. = Drente ; Ov. = Overijsel ; Gdl. = Gueldre ; Utr. = Utrecht ; N.'-H. = Hollande septentrionale ; Z.-H. = Hollande mé-ridionale ; Zl. = Zelande ; N.-B. = Brabant septentrional ; Lbg. = Lirfabourg. À