Vierde Supplement op de Nieuwe Naamlijst van Nederlandsche Diptera, door Prof. Dr. J. C. H. DE Meijere (Amsterdam). In dit Supplement geef ik in de eerste plaats een verslag van nieuwe of belangrijke vondsten. Dit gedeelte is op dezelfde wijze saamgesteld als de vorige supplementen ^), zoodat ik naar het voorbericht van Supplement III kan verwijzen. Voor alle hulp, bij de samenstelling ondervonden, betuig ik weder mijn hartelijken dank. In het tweede gedeelte vermeld ik, welke soorten in mijne standaardcollectie ontbreken, en heb hierbij kritisch nagegaan, vooral door middel van de nagelaten handschriften van mijn voorganger, den heer VAN DER WuLP, welke der ontbrekende soorten naar alle waarschijnlijkheid te recht tot onze fauna mogen gerekend worden en welke beter komen te vervallen. Aan het einde van dit gedeelte volgt nog eene lijst van om andere redenen te schrappen soorten. In het derde gedeelte wordt van eenige, grootendeels nieuwe, soorten een uitvoeriger beschrijving gegeven. I. Nieuwe aanwinsten of vindplaatsen. CECIDOMYIDAE. Dasyneura hyperici Brem., op Hypericum hemifusum, Bus-sum 1883 (Hugo de Vries leg.). De gallen gelijken meer op die, welke in Darboux en HOUARD voor serotina Wtz. staan aangegeven, maar volgens RüBSAAMEN zijn beide soorten synonym (Cecidomyidenstudien IV, Sitzber. Ges. naturf. Fr. ^) Suppl. I, Tijdschr. v. Ent. L, 1907, p. 151 — 195; Suppl. II, ibid. LIX, 1916, p. 293 — 320; Suppl. III, ibid. LXII, 1919, p. 161 — 195.