142 over de nadere verdeeling van het genus AGROTIS Lederer, DOOR P« C. T. SWEL.L.EX. (Hierbij plaat 7). Wanneer een of ander onzer Insekten-genera wat rijk aan soorten wordt en daardoor het overzigt van deze moeijelijker, is niets natuurlijker dan dat men zich de beide volgende vragen stelt: Eerstens, of een zoodanig genus niet in meerdere zou kunnen worden gesplitst en , zoo dit niet wel kan , omdat de soorten , die onder éénen generieken naam zijn vereenigd, eene te zeer homogene groep vormen om gevoegelijk aan nadere verdeeling in dien zin te mogen denken — tot voorbeeld stel ik het welbekende Noctuinen-genus Catocala — dan overweegt men , of er niet afdeelingen binnen de grenzen van het bestaande genus kunnen worden ge-vormd waardoor het beoogde doel toch bereikt wordt. In vrij hooge mate bestaat de behoefte tot het verkrijgen van een gemakkelijker overzigt der soorten bij het genus Agrotis. Ik moet echter beginnen met op te merken , om alle misverstand te voorkomen, dat ik hier alleen het oog heb op het genus, zooals het door Lederer werd gekarakteriseerd op p, 78 van zijne Noc-tuinen Europa's. Hoewel hij Treitschke aanhaalt als auteur, is een enkele blik op diens beschrijving, in de Schmetterlinge von Europa, V, 4, p. 125, voldoende, om haar, als ten minste thans, te eenenmale onbeduidend, ter zijde te zetten. Zij luidt aldus: « Die Schmetterlinge sind schwärzlichbraun oder einfarbig grau ,