56 AAN TEE KENING OVER EENE SOORT VAN HET GENUS PÏÏROPHORA HARRIS, DOOR P. C. T. § Af ELL. EK. (PI. 4 C, fig. 5, 6.) Eenigen tijd geleden zond ons medelid Pater Erich Wasmann , S. J., te Exaten bij Roermond, die zich zoo zeer onderscheidt door zijne studiën over mierengasten , mij eenige voorwerpen , betrekking hebbende op eene soort van het Saturninen-genus Perophora Harris (Mimallo Hiibn., Verz. ; Berg), door hem ontvangen van zijnen te Porto Alegre (Zuid-Brazilie) vertoevenden collega Pater A. Schupp , S. J. Deze bezending ontving ik met dankbaarheid en groot ge-noegen , nog nooit had ik namelijk eene soort van het genoemde genus kunnen onderzoeken en bovendien bevatte zij , behalve een paar vlinders, nog andere zaken die haar des Ie belangrijker maakte. Daarbij had P. Wasmann ook de goedheid mij een atdruk te zenden van eene mededeeling over de vermelde Perophora , door P. Schupp gepubliceerd in deel 41, pag. 16 — 19, van het Tijdschrift: Natur und Offenbarung, welke belangwekkende bijzonderheden bevat. In dat stuk geeft de schrijver eene schets van de eerste toestanden waaruit blijkt, dat de rupsen der door hem waargenomen soort, na in hare jeugd gezellig tusschen de bijeengesponnen bladeren eener Schinus-soort te hebben geleefd , zich later verstrooijen , waarbij dan iedere rups voor zich zelve eenige bladeren bijeen spint,