EEN BUK IN DE ENTOMOLOGISCHE FAUNA VAN DEN ALBLASSEßWAARD, DOOR DIRK TER HAAR. Van half September 1884 toi half Juli 1885 riepen mijne bezig-heden mij naar Giessendam , waar het mij vergund werd een vluchtigen blik te slaan in de fauna van den door de natuur zeker niet zeer ruim bedeelden « Alblasserwaard ». De tijd was te kort , om van meer dan van een' blik te mogen spreken , vooral ook , dewijl een belangrijk deel van den zomer (half Juli tot half September), dat gewoonlijk een rijken buit oplevert, daarvan was uitgesloten. Waren mijne illusiên , toen ik naar die plaats ging , wat mijne entomologische onderzoekingen betreft , niet groot , toch is zelfs die geringe verwachting niet beantwoord. Onbekend met wat het zegt in een polder-en waterland te wonen ^ kon ik mij geen denkbeeld vormen van de moeielijkheden, die in zulk eene streek den entomoloog in den weg staan. In eene weide ziet hij een boschje; hij loopt er heen in de hoop, dat hij onder de struiken en op de lage planten een ruimen oogst zal vinden , en eene breede sloot scheidt hem van zijn doelwit. Vindt hij eindelijk eene plek waar de vangst goed is en komt hij daar eenige malen terug, tien tegen één, dat hij het gras vertreedt van een of anderen boer die , volkomen in zijn recht, hem op niet zeer heusche wijze van daar verjaagt. Daarbij zorgen keuren van polders en poldertjes voor het ophalen en schoonhouden der slooten, voor het scheren en snoeien van heggen en boomen, voor het zanden