AMERIKAANSCHE DIPTERA DOOR P. M. VAN DER WULP. Vervolg vaia deel XXV, biz. 77. (Hierbij Plaat 1 mi 2)^ SYRPHIDAE {Veivolg). 33. A 1 1 o g r a p t a obliqua Say. Scaeva obliqua, Say, Journ. ac. Phil. III. 91. 5; — Sijrplnis obliquus, Wied. j4 «ss. Zwcijl. II. 138.39; — Syrplins secnriferus, Macq. Dipt. ex. II. 2. 100. 22; id. supp. 1. 139; — Syrphus signatiis, v. d. Wulp, Tìjiìschr. V. Eni. X. 144. 16. pi. 4. f. 12; — Sphaerojàoria Bacchiiìcs, Walk. Lisi, III. 594; — Syrphus dimensus. Walk. Dipl. Sauna. 235. Van deze soort, vroeger door mij als Syrphus siguatus beschreven, ontving ik een $ uit Argentina van Prof. Weyenbergh. Zij vormt den type van het geslacht Allograpla O. Sack. {Bull. Buff. soc. nal. hist. III. 49), dat in naauwe verwantschap staat tot die soorten van het genus Syrphus, welke een lang en smal achterlijf hebben , alsmede tot de geslachten Melithrcplus en Mcsograpla. Van Syrphus is het onderscheiden door de eigendommelijke teekening van het achterlijf (zie PI. 1 fig. 1) en door het zeer gewelfde en zelfs vooruitstekende gezigt; van Melithreplns , waarmede het in het laatstgenoemd kenmerk overeenkomt, verschilt het geslacht AUoyrapla door de niet zoo sterk ontwikkelde mannelijke genitaliën , van Mrsograpla door het gemis der lichte langsstrepen pp den thorax. Alloyrapla is bovendien duidelijk 1