EENE ENTOMOLOGISCHE WANDELING IN AUGUSTUS OMSTREKEN VAN DUlEBEnCEN G. A. SI X. Mijne eiitomologische kennissen doen mij wel eens de vraag, waar en hoe ik toch die zeldzame of als inlandsch nog niet be-kende insekten vind, welke ik hun van tijd tot tijd vertoon of toe-zend. Verlangende deze vrang beantwoord te zien, heeft een mijner vrienden mij aangemoedigd, om voor dit Tijdschrift een stukje te schrijven, waarin ik eene opgaaf zou doen van den tijd, wan-neer en de plaats, waar, ik deze voor onze insektenfauna nog nieuwe soorten gevonden heb. Eerst had ik gemeend daarvan eene systematische lijst op te maken. Maar zulk eene natuurlijk vrij drooge optelling van soorten, scheen mij beter in de bouw-stoffen voor onze inlandsclie fauna te huis te behooren, en ik heb daarom besloten zoodanige opgaaf liever te doen in den vorm eener entoraologische wandeling, waarop ik onze inlandsche natuur-onderzoekers uitnoodig mij in hunne verbeelding te willen ver-gezellen, verlangende hunne welwillende aandacht voor eenige oogenblikken te bepalen tot die insekten , welke in de omstreken van het zoo aangenaam gelegen en druk bezochte Driebergen het meest opmerkelijk zijn. Wanneer wij dan de laan naast de Rijzenburgsche herberg opwan-delen , komen wij weldra aan de vijvers, die in het dennenboscli aangelegd zijn ; en indien ik nu met mijn schepnetje langs de met waterranonkels en veenmos begroeide oevers sleep, dan haal ik