43 ENTOMOLOGISCHE BERICHTEN.
mingsinethode te volgen, de dieren niet tot liet voortbrengen van
't geluid werden geprikkeld.
Lareiitia (Cidaria) Albicillata L.
Is den 80n Juni j.l. door mij te Kolluni op het buitengoed van
wijlen den heer D. H. Andreae gevangen.
Deze soort is tot nu toe niet noordelijker vermeld dan de
Vuursche (Prof. Dr. van Leeuwen), Apeldoorn (de Vos tot
Nederveen Cappel) en Laren bij Lochern (Dr. Lycklama à Nyeholt).
D. TER Haar.
Acarologische Aaiiteekeiiiiigeii.
Tliromhulmm riisslcum Oudms. nov. sp.
Slechts de larve is mij bekend. Zij werd door Prof. J. Wagner
te Kiew op een vleermuis gevonden Zij gelijkt wel wat op die
van Th. gi/innopierorum (L.) Op den rug bevinden zich echter
slechts 4 dwarsrijen van ieder 4 haren, welke behaard zijn. Aan
elke zijde slechts 1 oog. De maxillarpalpen missen het 5e lid (aan-
hangsel). 4'i5 niikron.
Eremaeus hessei Oudms. nov. sp,
520 mikron; taankleurig; gelijkt op Erem. ühïalls (Nie). Heeft
een duidelijke, bladachtige translamella. Op de schouderbladen i^ïi^'^^
borsteltjes. Haren op het achterlijf staafvormig. Pseudostigma tische
organen kort-knodsvormig. Het dierlje werd op VesperuffO pagen-
stecJieri Nek., te Banana (Congo), gevonden, wat als louter toe-
val moet aangezien worden. Vinder Paul Hesse.
TricJiotarsus helenae Oudms. nov, sp.
Iti5 mikron. Gelijkt op TroüJiUs Can., Tr. ornatns Oudms. en
Tr. vmnicaü Giard. Heeft 2 rugschilden, Rughaarijes verdwijnend
klein. De zuignapplaat steekt voorbij den achterrand van het achter-
lijf, is groot en draagt 8 zuignappen , waarvan 6 groot en 2 klein
zijn. Alle poolen eindigen in een klauwtje; tarsi 1 — 3 zijn verder
voorzien van 4 lancetvormige kleef haren ; tarsi 1 — 2 van een reuk-